bevrijdingsdag/antiracisme
Bevrijdingsdag/ antiracisme
Groep 1
Leerdoelen:
- de kinderen leren samen spelen door middel van spellen.
-de kinderen leren dat iedereen gelijk behandeld moet worden
-de kinderen leren dat oorlog niet fijn is
- de kinderen leren wat vrijheid is
- de kinderen leren op een creatieve manier bezig te zijn
- de kinderen leren zelf keuzes te maken
Les 1
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: verschillende bordspellen. Ganzebord, memorie, en mens erger je niet en sport spellen waarbij de kinderen bewegen. De ouders van de kinderen. Wat wil ik met deze les bereiken? Ik wil met deze les bereiken dat kinderen samenwerken. Zij leren dat er wel eens groepen gevormd worden tegen jou. Als de kinderen niet bij jou in het team zitten met het spelletje kunnen zij alsnog aardig zijn. |
||||
|
|
Tijd |
De lesplanning voor de leerkracht: |
Organisatievorm en werkvorm voor de klas: |
|
|
|
Inleiding:
Kern:
Afsluiting:
|
De leraar stelt een vraag aan alle kinderen. Hebben jullie wel eens ruzie gemaakt? Hoezo deed je dat dan? Tot slot verteld de leraar dat iedereen gelijk behandeld moet worden. Tijdens deze spellen moeten jullie goed samen werken. De leraar zet vier spelletjes in een hoek van de klas. Spel 1 is een bordspel, spel twee een actief spel, spel drie een bordspel, spel vier een actief spel. Vervolgens legt de leraar uit hoe de spellen werken.
De kinderen ruimen de spullen op en komen in een kring zitten. Dan vertel je dat iedereen gelijk is, ook als je tegen iemand speelt met een spel blijft diegene toch aardig. |
De kinderen zitten in een halve cirkel zodat zij de tafels met spellen wel goed kunnen zien en de juf ook.
De ouders helpen het spel van de kinderen op gang te houden door ze aan te moedigen en ze te helpen met de spelregels.
De ouders worden bedankt, de kinderen ruimen op. De kinderen zitten in een kring, zo kunnen zij goed met elkaar praten over de spellen. |
|
Feestelijke afsluiting
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: verschillende materialen om de kransen mee te versieren. De ouders van de kinderen om te helpen. Kransen van schuim waar de kinderen materiaal in kunnen steken.
De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: (wat spreek ik met de kinderen af) de kinderen mogen zelf materialen meenemen en iedereen mag zijn of haar ouders vragen te helpen.
Wat wil ik met deze les bereiken? Ik wil met deze les bereiken dat kinderen leren om zelf keuzes te maken, door zelf de materialen mee te mogen nemen en uit te mogen kiezen. Ook leren kinderen hulp accepteren van de ouders. En tot slot leren de kinderen dat er een krans hoort bij Bevrijdingsdag.
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de kinderen. |
|
inleiding |
De leerlingen zitten in een kring. De leraar legt uit dat bij Bevrijdingsdag een krans hoort. De juf laat een plaatje zien van en krans. De kinderen gaan met behulp van ouders nu zelf zo’n krans maken. |
de kinderen luisteren en bekijken het voorbeeld |
|
kern |
De kinderen gaan aan de slag met kransen maken. De juf heeft allemaal takken en versiersels voor de kinderen op tafel liggen. De kinderen hebben de vrijheid om zelf de materialen te kiezen. Ze gaan aan de lsag met het maken van een krans met behulp van ouders en leraar. |
de kinderen zijn creatief bezig met het maken van de krans. |
|
afsluiting |
De leraar bewondert de kransen en hangt de kransen op. In de kring laat de juf de kinderen stoom afblazen, hoe vonden jullie dit om te doen? Tot slot gaan alle leerlingen naar de kantine om het schoollied mee te zingen. |
de leerlingen ruimen hun spullen op en komen weer in een kring zitten. Tot slot gaan alle kinderen naar de kantine om het lied te zingen. |
Andere les ideeën:
- Ballonnen oplaten (witte staan voor vrijheid) met een kaartje eraan die de kinderen mogen versieren met een wens voor de wereld er op.
- Tekening over de oorlog maken
|
|
Groep twee
Leerdoelen:
-verdriet vormgeven
- emoties kunnen uiten
- emoties leren herkennen
- stil leren staan
- iets uit leren beelend
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: verhaaltjes uit de bijlage
Wat wil ik met deze les bereiken? Met deze les wil ik bereiken dat de kinderen leren hoe zij emoties uit kunnen drukken en kunnen herkennen bij anderen.
|
|
||
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Organisatievorm voor de leerlingen |
|
|
Inleiding |
Dramales tableaus, eerst een warming-up de kinderen mogen door de klas lopen en als de juf zegt ga als ik klap stil staan en beeld het volgende uit: een baby, een boom, een kip. De juf legt uit dat je het beste op twee benen kan staan dan wiebel je niet. Ook kan je heel veel met je gezicht doen. |
De kinderen lopen door elkaar door de klas en staan stil bij de klap van de juf, ze beelden een aantal voorbeelden uit. |
|
|
Kern |
Nu gaan de kinderen in een kring staan, de juf verteld een klein verhaal over een verdrietig meisje. Als juf in haar handen klapt moeten de kinderen een verdrietig tableau vormen, dit zelfde doen we voor de emoties boos, blij, kwaad, teleurgesteld. Na elke emotie vraagt de juf aan 1 kind wanneer het kind voor het laatst die emotie heeft gehad. (zie bijlage voor verhaaltjes) |
De kinderen zijn bezig in een kring met hun emoties uit te drukken. Dit doen we klassikaal omdat deze kinderen nog niet goed kunnen samen werken en presenteren. Ook is het zo minder eng want elk kind doet het. |
|
|
Slot |
De juf vraagt aan de kinderen waaraan je allemaal kunt zien hoe iemand zich voelt? Denk aan houding/gezicht . |
De kinderen denken goed na hoe zij aan iemand kunnen zien hoe iemand zich voelt. De kinderen zitten op hun stoel in een kring. |
|
Feestelijke afsluiting
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: verschillende materialen om de kransen mee te versieren. De ouders van de kinderen om te helpen. Kransen van schuim waar de kinderen materiaal in kunnen steken.
De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: (wat spreek ik met de kinderen af) de kinderen mogen zelf materialen meenemen en iedereen mag zijn of haar ouders vragen te helpen.
Wat wil ik met deze les bereiken? Ik wil met deze les bereiken dat kinderen leren om zelf keuzes te maken, door zelf de materialen mee te mogen nemen en uit te mogen kiezen. Ook leren kinderen hulp accepteren van de ouders. En tot slot leren de kinderen dat er een krans hoort bij Bevrijdingsdag.
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de kinderen. |
|
inleiding |
De leerlingen zitten in een kring. De leraar legt uit dat bij Bevrijdingsdag een krans hoort. De juf laat een plaatje zien van en krans. De kinderen gaan met behulp van ouders nu zelf zo’n krans maken. |
de kinderen luisteren en bekijken het voorbeeld |
|
kern |
De kinderen gaan aan de slag met kransen maken. De juf heeft allemaal takken en versiersels voor de kinderen op tafel liggen. De kinderen hebben de vrijheid om zelf de materialen te kiezen. Ze gaan aan de lsag met het maken van een krans met behulp van ouders en leraar. |
de kinderen zijn creatief bezig met het maken van de krans. |
|
afsluiting |
De leraar bewondert de kransen en hangt de kransen op. In de kring laat de juf de kinderen stoom afblazen, hoe vonden jullie dit om te doen? Tot slot gaan alle leerlingen naar de kantine om het schoollied mee te zingen. |
de leerlingen ruimen hun spullen op en komen weer in een kring zitten. Tot slot gaan alle kinderen naar de kantine om het lied te zingen. |
Andere les ideeen:
- Tekening maken over de oorlog
- Poppenspel over emoties
Groep 3 A leerdoelen:
- Beter te worden in taal
- Ouders betrekken bij de schoollessen
- Allochtone ouders vragen om inbreng
- Creatief bezig te zijn
Les 1
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: verschillende materialen om de kransen mee te versieren. De ouders van de kinderen om te helpen. Kransen van schuim waar de kinderen materiaal in kunnen steken. Een lint waar de kinderen een wens op mogen maken.
De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: (wat spreek ik met de kinderen af) de kinderen mogen zelf materialen meenemen en iedereen mag zijn of haar ouders vragen te helpen.
Wat wil ik met deze les bereiken? Ik wil met deze les bereiken dat kinderen leren om zelf keuzes te maken, door zelf de materialen mee te mogen nemen en uit te mogen kiezen. Ook leren kinderen hulp accepteren van de ouders. Verder leren kinderen om aan de wereld te denken en een wens uit te spreken voor goede dingen in de wereld. Tot slot leren de kinderen dat er een krans hoort bij
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de kinderen. |
|
inleiding |
De leerlingen zitten in een kring. De leraar legt uit dat bij Bevrijdingsdag een krans hoort. De juf laat een plaatje zien van en krans. De kinderen gaan met behulp van ouders nu zelf zo’n krans maken. Aan die krans hoort een lint. Wij gaan een lint maken met daarop een wens voor een betere wereld. Wie kan er een wens noemen? Waarom denk je dat dat de wereld beter maakt? Noem eens iets kleins wat de wereld kan verbeteren en iets groots? |
de kinderen luisteren en bekijken het voorbeeld. |
|
kern |
De kinderen gaan aan de slag met kransen maken. De juf heeft allemaal takken en versiersels voor de kinderen op tafel liggen. De kinderen hebben de vrijheid om zelf de materialen te kiezen. Ze gaan aan de slag met het maken van een krans met behulp van ouders en leraar. Tot slot denken de kinderen nog 1 keer na over een betere wereld en iedereen schrijft zijn eigen wens met behulp van ouders op zijn lint. |
de kinderen zijn creatief bezig met het maken van de krans. De ouders helpen een bepaald groepje leerlingen en de leraar loopt rond bij elk groepje. |
|
afsluiting |
De leraar bewondert de kransen en hangt de kransen op. De juf vraagt iedereen zijn wens voor te lezen
|
de leerlingen ruimen hun spullen op en vertellen aan de ouders en klas hun wens voor de wereld.
|
Feestelijke afsluiting
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben:
- kaartjes om iets op te tekenen of te schrijven en aan de ballon te hangen
- voor elk kind een ballon
De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten:
Wat wil ik met deze les bereiken?
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de kinderen |
|
inleiding |
Vraag de kinderen of ze wel eens een ballon hebben gekregen. Wat hebben ze met die ballon gedaan? Hebben ze hem in de lucht laten vliegen? |
De kinderen luisteren naar het verhaal en vertellen over hun ervaringen. |
|
Kern |
- Vertel de kinderen dat ze allemaal een ballon krijgen. Ze gaan zelf een kaartje maken met een vrijheidsboodschap om aan de ballon te hangen. |
De kinderen denken na over een boodschap voor op het kaartje. Dan gaan zij creatief aan de slag met het versieren van het kaartje. Vervolgens wordt dit kaartje aan een ballon gehangen. |
|
Afsluiting |
De kinderen laten de ballonnen met een boodschap eraan los op het plein. De kinderen kijken hun ballonnen na en gaan weer naar binnen. Daar zingen zij het schoollied. |
De kinderen gaan samen naar het plein laten de ballonnen los en zingen het schoollied. |
Andere les ideeën:
- Verhaal voorlezen over de oorlog en daar over praten
- De film ‘pietje bel in de oorlog’ bekijken en daar over praten.
Groep 3B leerdoelen:
- De kinderen individueel behandelen
- Kinderen leren dat zij een individu zijn
- Creatief bezig laten zijn
- Taal
- Rekenen
- Samen werken in de klas
Les 1
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: muziek
|
||||
|
|
Tijd |
De lesplanning voor de leerkracht: |
Organisatievorm en werkvorm voor de klas: |
|
|
|
Inleiding:
Kern:
Afsluiting:
|
Vraag aan de kinderen wie er wel eens ruzie heeft gemaakt. hoe kun je allemaal een ruzie oplossen?
Muziekfragment laten horen wat denk je dat deze meneer is, boos, blij, verdrietig, of niks Lees de kinderen een verhaal voor uit ‘tommie en lotte’ ze hebben ruzie. Zeg aan het eind van het verhaal dat het dus helemaal niet leuk is om ruzie te hebben. |
De kinderen zitten in een kringgesprek.
De kinderen mogen door de klas lopen. de juf laat de muziek horen, vraag wie denkt dat dit blij was mag nu op de grond gaan zitten, en dat bij elke emotie. Tot slot verteld de juf wat zij denkt welke emotie het is. De kinderen zitten nu net als bij de inleiding in de kring naar juf te luisteren. |
|
Feestelijke afsluiting
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: kleurplaat zie bijlage. Verf, wasco, potloden, stiften
|
|
||
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de leerlingen |
|
|
Inleiding |
Vertel de kinderen dat op 5 mei wordt herdacht dat Nederland na vijf jaren van oorlog werd bevrijd. Die dag wordt daarom 'Bevrijdingsdag' genoemd. Vertel dat de mensen vlak na de oorlog blij waren dat ze vrij waren en dat ze dat elk jaar wilden vieren. Vertel dat vrijheid niet alleen betekent dat er geen oorlog meer is, maar ook dat je vrij bent om te leven zoals jij dat wilt. Mensen mogen hun eigen werk kiezen, hun eigen spullen kopen en kunnen zonder angst over straat lopen. Ze zijn veilig. |
De kinderen moeten stilstaan bij het feit dat ze vrijheid hebben. En dat dat niet vanzelfsprekend is. Ook moeten zij nadenk over of zij zich veilig voelen en wat er beter kan om die veiligheid te waarborgen.
|
|
|
Kern |
De kinderen hebben nu lang gesproken over vrijheid. Nu gaan zij een kleurplaat maken over vrijheid. Ze mogen kiezen tussen twee platen. Ook mogen zij kiezen tussen verschillende kleur materialen. |
De kinderen zitten aan tafels te werken. Ze hebben veel keuzevrijheid. Welke kleurplaat ga ik maken en welke materialen ga ik gebruiken. |
|
|
Afsluiting |
Alles wordt opgeruimd en gepresenteerd. Dan wordt het lied gezongen in de aula. |
De kinderen ruimen de spullen op die zij hebben gebruikt, dan mogen zij hun tekening ergens in de klas ophangen. Zo kan iedereen de werkjes goed bekijken. En tot slot wordt het schoollied gezongen met de hele school. |
|
Groep 4
Leerdoelen:
-Kinderen leren over de oorlog.
-Ze leren creatief bezig zijn door zelf woorden te verzinnen.
- Verder zijn zij bezig met taal en spelling van woorden.
- de leerlingen leren letters raden
-de kinderen leren over de oorlog
- de kinderen leren om op hun beurt te wachten
Les1
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: schoolbord papier en pen
|
||||
|
|
Tijd |
De lesplanning voor de leerkracht: |
Organisatievorm en werkvorm voor de klas: |
|
|
|
Inleiding:
Kern:
Afsluiting |
De leraar legt het spel galgje uit. Verder legt de leraar uit wat oorlog is en vraagt de kinderen welke dingen er bij oorlog horen.
Eerst gaat de klas klassikaal galgje doen, de leraar verzint woorden die met de oorlog te maken hebben. Eerst makkelijke woorden bv wond,bom,pijn etc later moeilijkere woorden: strijd, geweer, slachtoffers.
De kinderen gaan weer op hun plek zitten. De juf verteld over de tweede wereldoorlog waarom er toen gestreden werd en verteld dat er in andere landen nog steeds veel oorlog is. |
De kinderen zitten op hun eigen plek en de leraar staat voor het bord.
De leraar staat voor het bord de kinderen zitten. Om de beurt een letter raden. Elk kind heeft zijn bijdrage kunnen leveren maar en leert om niet voor zijn beurt te praten als ze het woord al weten.
De kinderen zitten in groepjes bij elkaar de leraar loopt rond en helpt met woorden verzinnen en raden. De kinderen zitten allemaal weer op hun eigen plek. |
|
Feestelijke afsluiting
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: Veel verschillende kranten en tijdschriften. Ook kranten als de ‘kidsweek’. Verder grote stukken papier en scharen en lijm.
|
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de leerlingen |
|
Inleiding |
De kinderen wordt gevraagd wat zij onder vrijheid verstaan in Nederland. Waar zijn wij allemaal vrij in? En waar niet? Kaart het onderwerp racisme aan, is Nederland wel zo’n vrij land als wij denken? |
De kinderen zitten in een kring te praten over vrijheid in Nederland. |
|
Kern |
De kinderen zoeken foto’s en artikelen op die te maken hebben met regels vrijheid in Nederland. |
De kinderen zijn het eerste deel van de les druk bezig met het verzamelen van materialen, wat kan ik wel gebruiken en wat niet. Ieder kind heeft hier een eigen visie op. |
|
slot |
De posters worden besproken, Welke voorbeelden hebben te maken met (zinloos) geweld? Welke voorbeelden zijn bedoeld om geweld tegen te gaan? (camera's in uitgaanscentra) Welke voorbeelden hebben te maken met een gevoel van onveiligheid? (slechte straatverlichting) Welke voorbeelden zijn bedoeld om mensen een veilig gevoel te geven? (politie op straat) Welk voorbeelden hebben te maken met vrijheid? (demonstratie tegen oorlogen elders in de wereld) Waarom heb je dat plaatje gekozen met betrekking tot vrijheid, waar gaat dat artikel over? |
De kinderen worden aan het denken gezet om hun eigen werk te beoordelen, waarom heb je die afbeeldingen gekozen. Wat heeft dit met vrijheid te maken. |
Groep 5/ 6 leerdoelen:
- Creatief bezig zijn met knutselen drama tekenen en muziek
- Samen leren werken
- Verjaardagen van de kinderen creatief vieren
- Emoties uiten op verschillende manieren
Les 1
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: computers
|
|
||
|
|
Lesplanning voor de leerkracht |
Werkvorm voor de leerlingen |
|
|
Inleiding |
Kinderen gaan vandaag iets leren over het verzet. Ze leren met ICT werken en leren belangrijke informatie uit een stuk tekst te halen. |
|
|
|
Kern |
https://www.hannieschaft.nl/home.html Dit is de site waar de kinderen in tweetallen mee bezig gaan. Het liefst jongen en meisjes gemengd, de juf maakt de tweetallen dus. Dit is een site over hannie, zij zat in het verzet
Deze vragen gaan de kinderen in tweetallen behandelen. Vervolgens gaat de lerares klassikaal verder, de vragen worder besproken.
|
De kinderen werken eerst in tweetallen op de computer, vervolgens gaan de kinderen klassikaal behandel wat zij in tweetallen hebben gevonden. Dan wordt er nog een discussie gevoerd waarom je wel of niet in het verzet zou gaan. |
|
|
Slot |
Tot slot wordt de vraag gesteld in een kringgesprek of de kinderen in het verzet zouden gaan. |
|
|
Feestelijke afsluiting
|
De inrichting van de situatie en de voorbereiding
De materialen die ik denk nodig te hebben: ouders, voor begeleiding en voor vervoer , geld.
|
|
||
|
|
|
|
|
|
inleiding |
De leerlingen worden in groepjes opgedeeld per ouder en leraar. De kinderen rijden naar het Anne Frank huis in Amsterdam. |
De leerlingen werken de gehele dag in groepjes van 5, er zijn dus 5 ouders nodig en een leraar. De kinderen stappen in de auto bij hun begeleider, welke er niet meer bij passen stappen bij de leraar in. |
|
|
kern |
In het Anne Frank huis gaan de leerlingen een vragenlijst invullen die door het Anne Frank huis is opgesteld. De leraar heeft een groepje en heeft de ouders informatie gegeven over wat de bedoeling van deze dag is. |
De kinderen gaan in groepjes van 5 met een begeleider een route lopen met een vragen lijst opgesteld door het museum. De kinderen krijgen veel informatie op een leuke manier aangeboden. Om de kinderen beter vat te geven op de stof zijn er vragen die de kinderen toetsen of zij de informatie hebben begrepen. De kinderen krijgen op een hele leuke manier informatie over de Tweede Wereld Oorlog. |
|
|
slot |
De kinderen verzamelen bij de uitgang. De leraar houdt een praatje met een korte samenvatting van de dag. De kinderen gaan in de auto terug naar school. |
De kinderen vatten de dag samen en vertrekken weer naar huis. De vragen kunnen eventueel de volgende dag in de les besproken worden. |
|
Andere les ideeën:
- Vragen Anne Frank huis bespreken
- Collage maken over de oorlog/vrijheid/racisme
- Een spreken laten komen die de oorlog heeft meegemaakt
Groep 7 leerdoelen:
- Als hoofddoel de taal
- leren op verschillende niveaus te werken
- in groepjes werken (op niveau of juist slim/minder slim, bij elkaar)
- anderen leren helpen met werkjes
- creatief leren zijn dmv muziek drama en kunst.
Les 1
| De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: een gymlokaal met meer ruimte dan in de klas. Een hoepel. De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: de kinderen moeten iedereen vertrouwen en geen onderscheid maken tussen mensen met wie zij samen willen werken. |
|||
| Lesplanning voor de leerkracht | Werkvorm voor de leerlingen | ||
| Inleiding | Verdeel de groep in drietallen, kies daarbij leerlingen die normaal nooit samen zouden werken. Vervolgens laat je de kinderen nadenken: Hoe veilig voel ik me in de groep ? Hoe sterk laat ik me beïnvloeden door de groep, de individuele anderen ? Durf ik tegen de groep in te gaan ? Wie volg ik ? Hoe zeker en/of onzeker ben ik ? | De kinderen vormen opmerkelijke drietallen. Vervolgens moeten ze nadenken over zichzelf. | |
| Kern | De kinderen gaan spelletjes doen om elkaar te leren vertrouwen.Het eerste spel: Twee leerlingen gaan achterelkaar staan. De voorste lln laat zich achterover vallen. De achterste leerling moet de vallende lln opvangen voordat hij/zij de grond raakt. Een andere variant van dit spel is dat alle lln de vallende lln opvangen. Het tweede spel: Alle lln (wel zorgen voor een even aantal) gaan hand in hand in een kring staan. Ze lopen nu allemaal naar achteren totdat er een natuurlijke spanning tussen hen ontstaat. Om de beurt krijgt ieder lln het nummer 1 of 2. Op een signaal van de lkr gaan de nummers 1 langzaam naar voren hangen en de nummers 2 naar achteren. Zodat ze elkaar in balans houden en een ster vormen. Tot slot gaan Alle leerlingen in een kring staan en geven elkaar de hand. Hoepel doorgeven zonder handen los te laten. (doorkruipen) |
De leerlingen gaan spellen doen in drietallen en in groepsverband. De leerlingen moeten leren samenwerken en moeten elkaar vertrouwen. Ze zijn creatief bezig met elkaar en leren elkaar te helpen en aan te moedigen. |
|
| Afsluiting | De leerkracht vraagt aan de leerlingen wat zij anders hadden willen doen deze les, wat vonden zij leuk, en wat minder? | Hier krijgen de leerlingen de kans om mee de denken in de methode, zo voelen zij zich serieus genomen. | |
Feestelijke afsluiting
| De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: muziekinstrumenten. De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: als de leraar een belletje laat horen is de klas stil en luistert naar de volgende opdracht. |
|||
| Lesplanning leerkracht | Werkvorm leerlingen | ||
| Inleiding | We gaan een muziekles doen vandaag. We beginnen met een kort spel wat we twee keer gaan doen.Stuur 1 leerling de klas uit. Spreek met de klas af wie de muzikant is. De leerling wordt de klas ingeroepen. De hele klas doet steeds de muzikant na (klappen, trommelen, rondje draaien enz.), terwijl de leerling moet ontdekken wie er steeds de het geluid bedenkt. | De leerlingen hebben zo een warming-up voor muziek maken. Zij durven geluiden te maken en moeten goed kijken om het na te doen. De leerlingen zitten in een kring. | |
| Kern | Raggea, komt uit Jamaica, laat de kinderen een stukje muziek horen. Vervolgens laat je 5 leerlingen een instrument zoeken wat zij denken gehoord te hebben. Kunnen jullie het naspelen? De rest van de klas helpt mee met geluiden maken en zingen. Disco, komt uit Amerika, laat een stukje horen, laat 5 andere leerlingen een instrument pakken en laat ze iets spelen. De rest van de klas mag geluiden maken of zingen. Laat Turkse muziek horen, en laat wederom 5 leerlingen instrumenten uitzoeken. |
De leerlingen zitten in een kring en zijn continu bezig met het luisteren of maken van muziek uit verschillende culturen. | |
| Afsluiting | De kinderen gaan met hun instrumenten naar de aula en begeleiden het schoollied wat zij eenmaal geoefend hebben in de klas. | De kinderen presenteren wat zij van de instrumenten geleerd hebben deze dag. | |
Andere les ideeen:- Geloof jij dat ieder mens telt van de site: https://www.jeugdwerkidee.nl/00/jeugdwerkidee/hitlist/kinderen/rubriek/3/Dienen/4/Sport%20&%20Spel/0/Dienen_Sport__en__Spel.html- Parcours maken en 1 leerling blind laten doen de andere leerling begeleidt, eerst door vasthouden later door aanwijzingen. Groep 8 leerdoelen:
- leren delen met voetballen- meisjes leren voetballen (door de jongens lesgegeven)- jongens leren dansen(door de meisjes lesgegeven)- samen leren werken (geslacht door elkaar)- creatief bezig zijn door verschillende werkvormen aan te bieden- emoties leren uiten
| De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: Verkleed kleding, een gymlokaal. De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: de kinderen zijn vrij in het vormen van tableaus, wel is het van belang dat de kinderen op het afgesproken teken een tableau vormen en dat de rest dan focust op de presentatie. |
|||
| Lesplanning voor de leerkracht | Werkvorm voor de kinderen | ||
| Inleiding | De kinderen gaan tableaus maken met verkleedkleren erbij. De juf vormt eerst zelf een tableau van iemand die een geweer vasthoud. | De kinderen moeten kijken wat belangrijk is bij het vormen van een tabelau, het moet groots uitgebeeld worden, je mag niets zeggen, en je moet op twee benen staan. De kinderen worden in 4 groepen verdeeld. Jongens en meiden door elkaar. |
|
| Kern | De kinderen gaan in vier groepen een tableau vormen. De leraar moet een duidelijk begin en eind teken geven en ruim de tijd om kleding te zoeken en een tableau vorming. De volgende tableaus gaan gevormd worden: onderduikers, SS’ers, hemel, hel.De groepen presenteren voor de andere groepen. Wat beelden ze uit, waarom hebben ze die kleding gekozen?, wat is duidelijk, wat minder duidelijk, hoe zou jij dit anders hebben gedaan? |
Elke groep kinderen krijgt een opdracht voor tableau die zij voor moeten bereiden. En vervolgens moeten presenteren voor de klas. De kinderen moeten nadenken over verschillende onderwerpen met betrekking tot vrijheid en oorlog. Ook denken zij na over tegenstellingen. De kinderen leren presenteren maar ook kijken. Door middel van vragen over de tableaus te beantwoorden leren zij begrijpen wat zij zien. |
|
| Slot | De kinderen ruimen de kleding op en mogen buiten groep 1 en 2 bij elkaar en groep 3 en 4 een kleine voetbal wedstrijd spelen.Tot slot zingen zij het school lied met de rest van de school. | Hier kunnen de kinderen nog even lekker hun overige energie kwijt en leren de jongens en meisjes samen te spelen. de kinderen zingen het lied met de rest van de school. |
|
Feestelijke afsluiting:
| De inrichting van de situatie en de voorbereiding De materialen die ik denk nodig te hebben: een gymlokaal met attributen De te hanteren regels/afspraken voor de uitvoering van de activiteiten: |
| Lesplanning leraar | Werkvorm leerlingen | |
| Inleiding | Zet de kinderen in u-vorm op banken in het gymlokaal en leg de spellen die er gespeeld worden uit. | De leerlingen luisteren naar de uitleg over de spellen en moeten soms iets voordoen om te verduidelijken. |
| Kern | Het eerste spel dat de kinderen gaan spelen Trefbal. De klas wordt in twee teams verdeeld door nummering. De kinderen mogen elkaar afgooien met twee zachte ballen, als ze af zijn gaan ze aan de overkant staan, maar ze mogen er weer in als zij vanaf daar iemand af gooien, de leerlingen leren elkaar zo goed te helpen. Het tweede spel dat de kinderen gaan spelen is estafette, er worden andere teams gemaakt dan net. De kinderen lopen over een hindernisbaan. Hier is het belangrijk dat je je eigen team aanmoedigt. Het laatste spel wat de kinderen gaan doen gebeurt in tweetallen. Deze leerlingen gaan met de ruggen tegen elkaar op de grond zitten en halen de armen in elkaar (de leerlingen zitten nu 'vast' aan elkaar). Op het teken van de leerkracht proberen zij, door samen te werken, op te staan. Gaat het goed bij groepjes mogen zij het met meer mensen proberen. |
De leerlingen spelen het spel trefbal. Ze leren elkaar te helpen en in teamverband te spelen. De kinderen doen nu een estafette over een hindernisbaan. De kinderen moeten hun eigen team goed aanmoedigen. De kinderen werken nu in tweetallen. De hele dag zijn zij bezig geweest met aanmoedigen en samenwerken en nu komt het er op aan. De kinderen moeten goed overleggen hoe ze het gaan doen en als het niet wil, samen een oplossing vinden. |
| Afsluiting | de leraar deelt taken uit voor het opruimen van de materialen. Dan is er nog een korte reflectie op de dag om de kinderen weer rustig te krijgen. Vervolgens gaat de hele klas naar de aula om een afscheidslied te zingen. |
De kinderen ruimen op, vertellen wat zij van de dag vonden en gaan naar de aula met de rest van de school het lied zingen. |
Andere les ideeen:-
- Anne Frank museum bezoeken
- Een collage maken over oorlog en vrede uit kranten artikelen. In twee groepen, de ene doet vrede de ander oorlog.
- De kinderen een betoog laten schrijven over wat zij onder vrijheid verstaan
- Een aantal standpunten naar voren laten komen en de kinderen een discussie laten voeren. (Wel of geen hoofddoek, wel of niet roken, vakantie in Turkije, wel of niet buitenlands eten)
- Buitenlandse gerechten koken.


